
Komend weekend klinkt al een beetje Pasen door in de geroosterde schriftlezingen. Daarom enkele gedachten als voorbode. Voor wie inspiratie zoekt…
Opstanding uit de dood… Opstanding is een grote term in het christelijk geloof, maar deze kun je op menselijke maat kneden. En dan is opstanding naar mijn aanvoelen niets anders dan het leven in jouw ondergrond aanspreken – leven dat vervlogen lijkt. En daar vervolgens naar handelen. Het leven is niet weg zolang je ademhaalt en de geest meespreekt. De tijd die je dán besteedt wordt verdichte tijd, tijd alsof je leeft in een perspectief van uiteindelijkheid, tijd alsof je het eeuwige leven gegeven is… voor even dan. Voor éven eeuwigheid, want wij zijn God niet – wij zijn stervelingen die geboren zijn om te leven ín het sterven! Alle aandacht voor jezelf en de ander en – als je er gevoelig voor bent – ál wat daarbij aan inzichten worden meegegeven door de Allerhoogste, álles doet ertoe en resoneert mee. Het opstandingsgeloof in de Bijbel zet je aan, om in je alledaagse leven de routine te verruilen voor een lerende houding. Om nu met álle aandacht te verblijven in het hier en nu. Dichtbij moeder aarde, waaruit alle leven voortkomt en waarnaar alle leven terugkeert. Zo komen we in het Johannesevangelie vandaag aan bij Marta. Marta ziet dat Jezus de Messias is en gaat daarom onmiddellijk naar hem toe. Geloof is bij Johannes een voorwaarde om te kunnen leven. In gewone taal zou ik zeggen: geloven biedt inzichten die niet-geloven niet zo gemakkelijk prijsgeeft. Gelovigen zijn geen betere mensen dan niet gelovigen. Gelovigen zien verbanden die niet-gelovigen niet zo makkelijk zien. Daar zit het verschil.
(Bron: Ezechiël 37, Johannes 11)
(Foto: pixabay)
Jack Steeghs