
Ruim 7 jaar geleden overleed ons pap, ruim 3 ½ jaar geleden ons mam. De generatie die mij is voorgegaan is uit de tijd gevallen. ‘Nu mag ik het van hen geleerde waar gaan maken’, bedenk ik als enig kind, die vele jaren met hen leefde en werkte… Een blogserie over levenslessen van vroeger voor NU (78).
Binnen de reikwijdte van een blogbericht best ingewikkelde kost vandaag… Over ‘thuis’ zijn gesproken. Voor mijn ouders was ‘thuis’ veel meer dan een plek om te wonen. Ingegeven door de aan hen overgedragen familiecultuur was ‘thuis’ echt een plek van jezelf zijn te midden van het vertrouwde, waardoor je niks hoefde te zeggen of iets hoefde te verantwoorden. Zij wáren ‘thuis’. Zo leerde ik al jong kijken. Wie binnen die familiecultuur probeerde te handelen ‘om er zelf beter van worden’ werd niet hoog gewaardeerd en kreeg al gauw een bijnaam die niets te raden overliet. De aangehangen dorpscultuur en de diverse coöperaties versterkten die manier van kijken. Uit zelfbescherming. Een soort van gezámenlijk moreel perspectief. Het persoonlijke deed ertoe maar werd wel afgeleid van het gezamenlijke. Bij sommige karakters – en helemaal met de veranderende tijdgeest – ging die manier van samenleven onherroepelijk knellen… Als ik dit nu opschrijf lijken dit woorden vanuit een oude wereld die er niet meer is. Tegelijkertijd: sporen van vroeger zijn er nog steeds. Als ik vanuit mijn huidige werk in de parochie nieuwe Nederlanders spreek proef ik een familiecultuur waar ‘thuis’ wordt voorgeleefd. Verlangen naar ‘thuis’ zie ik ook in het grote en ingewikkelde asielvraagstuk. Onze ‘geformaliseerde’ samenleving neigt naar gelijkhebberigheid maar wint niet zomaar van de emotionele. Gevoelens ruimte geven kost (veel) tijd. Het is niet voor niks dat overal daar waar mensen zich tekort gedaan voelen emoties naar boven komen. Het gezamenlijke en het persoonlijke doen er allebei toe. Het leven, waar we allemaal drager van zijn, gaat door. Laten we daar de ruimte aan geven. Te beginnen ‘thuis’, van binnenuit.
Jack Steeghs