
Het nieuwe jaar is er nog maar net. Bij het lezen van psalm 144 vraag ik me af, of deze beeldrijke taal haalbare wensen aanreikt waar we in onze economische realiteit iets mee kunnen?
Psalm 144, 12 – 13. Onze zonen zijn als jonge planten, in hun jeugd met liefde verzorgd, onze dochters als de hoekzuilen van een paleis, zo sierlijk gesneden, onze schuren gevuld, van voorraad en voedsel voorzien, onze schapen en geiten, met duizenden, met tienduizenden op onze velden
Bij het lezen van psalm 144 beperk ik me tot slechts een fragment, vers 12 en 13, waarover ik enkele gedachtes laat gaan… Over de jonge generaties die het nodig hebben om te kunnen groeien en te aarden. Zonder passende kansen geen toekomst. En er kan geen talent gemist worden. Ook is de mens niet voorbestemd om altijd maar alleen te zijn. Met beelden uit de bouwkunst dicht de psalmist over een gezonde basis van leven waarin plek is voor ambitie en carrière maar ook voor iets van een thuis. Ik laat maar in het midden of hier bedoeld is dat het aan dochters voorbehouden is om thuis te blijven en voor stabiliteit te zorgen. Ik denk dat dit tegenwoordig in allerlei man/vrouw variaties kan – een samenleving is nooit statisch voor eeuwig in beton gegoten. Bij het volgende vers moet ik glimlachen omdat ik eerst de Willibrordvertaling lees. Daarin staat: ‘verduizendvoudig ons kleinvee’ en ‘vertienduizendvoudigd het vee op het veld’. In de NBV vertaling staat het neutraler. Duidelijk is dat we volgens de psalmist veel vee nodig hebben. Mijn glimlach komt vanuit de tegenwoordig veelgehoorde opinie dat we in ons land toe moeten naar veel minder vee, of juist het tegenovergestelde – omdat Nederlandse boeren zeer goed thuis zijn in de meer intensieve veehouderij. Punt dat ik hier als pastor wil maken: kan beeldrijke taal zoals in deze psalm het dominerende denken doorbreken? Kunnen Bijbelse beelden zoals in deze psalm ons op het spoor zetten van onze voorouders? – die leefden in tijden dat economische belangen veel meer regionaal en plaatselijk waren ingebed, meer op menselijke maat? Kunnen tijden die economisch niet te vergelijken zijn met de onze ons op een spoor zetten van een leven dat meer weg heeft van ’genoeg voor iedereen’? Wat mij betreft: in 2026 graag iets minder koninkrijkjes en iets meer betrekking op elkaar vanuit wat een ieder nodig heeft. Dan wensen we elkaar niet alleen het beste maar werken we er ook naartoe.
(Foto: visual hunt, Alas 0591)
Jack Steeghs