
Sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw wordt op de ‘rooie’ dag van de arbeid in de katholieke vierkalender stilgestaan bij de H. Jozef als voorbeeld voor de arbeiderswereld. Op 1 mei staan we stil bij alle vormen van arbeid, door vrouwen en mannen gedaan, benodigd om als mens te kunnen voorzien in je dagelijkse levensonderhoud.
Wie mij al langer volgt kan weten dat het ‘de weg van de arbeid’ is die mij tot het studeren van theologie heeft gebracht. Niet de weekendvieringen, de sacramenten, mooie kunst, muziek of de kerkgebouwen – waar velen bij het horen van ‘kerk’ onmiddellijk aan denken. Wie in mijn tijd theologie studeerde en daarbij interesse toonde voor de economische productiefactor ‘arbeid’ die kwam tot 2005 onherroepelijk in aanraking met het arbeidspastoraat – een werksoort die helaas niet meer bestaat. Het arbeidspastoraat is wat mij betreft een werksoort die de kerk (en bedrijfsleven en samenleving) bij de les houdt, door haar goede werken in het zichtbaar maken van betaalde en onbetaalde arbeid. Want arbeid is zoveel meer dan geld verdienen, carrière maken en goed samenwerken. Arbeid wacht elke dag, al is het maar bij het verzorgen van jezelf en het schoonhouden van de plaats waar je woont. Als je dat niet meer zelfstandig kunt zal er altijd iemand zijn die jouw werk doet en zal er altijd ergens een rekening neergelegd worden die voldaan behoort te worden. Daarmee is arbeid niet alleen persoonlijk maar ook altijd politiek en door economische belangen gekleurd. Arbeid gaat altijd over de inrichting van het goede samenleven, met inbegrip van ieders persoonlijke prestatievermogen en de beperkte draagkracht van onze ene aarde. Arbeid is altijd samenwerken met waarden. Werkenderwijs.
(Bij de foto: het houten St. Jozef beeld in het gelijknamige verzorgingshuis in Meijel, waar mam in de laatste jaren van haar leven een goede tijd heeft gehad)
Jack Steeghs