
Psalm 148 is onmiskenbaar een lofpsalm. Waarvoor God te loven? Dat wordt duidelijk in vers 14.
Psalm 148, 14a De hoorn van zijn volk richt Hij op… In de NBV vertaling is ‘hoorn’ weggevallen en vertaald met het meer toegankelijke ‘Hij verhoogt het aanzien van zijn volk’. God wordt door de biddende gelovigen geprezen omdat hij hen meer weerbaar maakt. Meer vitaal, meer zelfbewust. Hoe? Dat gebeurt pas bij overgave, erkenning van de schepper door de schepping. Als mens jezelf en andere mensen niet als norm zien maar als een gave van God, met een opgave voor jouw leven. Het leven waarderen als gift en van daaruit levenslang ontdekken wat die gift voor jou betekent (en voor medemensen, voor al wat leeft). Wat in vers 14 meeklinkt, de omkering van waarden die in de hele Bijbel veel vaker aan de orde is: de eersten zullen de laatsten zijn (en omgekeerd: de laatsten de eersten), wie nu lijdt zal straks verheerlijkt worden, wie nu hulp nodig heeft zal straks zelf hulp verlenen… Te mooi om waar te zijn? Niet voor wie Schrift en Traditie kan omarmen als bronnen van wijsheid. In elke levensfase en in elke tijd actueel. Voor al wie zich durft te openen en met de lessen van leven en geloven aan de slag gaat. En wie dat doet komt uiteindelijk op loven en danken voor het vele goeds, om niet ontvangen.
(Foto: pixabay)
Jack Steeghs