
Er zijn niet veel werkgroepen die vanuit een gelovige expertise aandacht richten op het platteland. Ikzelf ben in 2016 gestart met de studiegroep Nieuw Kerkzijn Platteland. Hieruit zijn concrete inzichten naar voren gekomen. Na het studietraject zijn meerdere leden doorgegaan als een informele intervisiegroep. En er hebben zich enkele nieuwe geïnteresseerden aangesloten. In deze bijdrage: verlieservaringen delen…
Twee weken geleden schreef ik over ‘herbronnen op Eemland’. Dit keer een onderwerp dat we als groep aan de koffie aantipten maar nog niet verder uitwerkten. Onderstaand een voorzet…
Eén van de ‘ziektes’ van de Westerse laat 20e – vroeg 21e eeuw is het ‘net doen alsof’. Daarmee bedoel ik de neiging om ons aller dagelijkse leven en werken te reduceren tot economische productiefactoren. Leven en werken omvormen tot kansen om geld te verdienen. Wie goed oplet ziet het: werkelijk overal is wel een bedrijf voor opgezet. Wie niet wil koken kan elke dag een warme maaltijd laten bezorgen. Je kunt er zelfs een wereldwijd opererend beursgenoteerd bedrijf mee worden. Wie genoeg geld heeft kan zich overal voor laten bedienen. Prachtig ja. Mijn opa’s en oma’s zouden hun oren en ogen niet kunnen geloven. Dit staaltje speelde zelfs hun God niet klaar. Kanttekening: als we leven en werken alleen maar zien als tak van economie vergeten we de belangrijkste zekerheid die leven gewoonweg ís. En dat is toch echt de erkenning van tekorten, omgaan met gemis, tegenslag, verval, verlies en sterven. Waarom verstoppen we het échte leven zo gemakkelijk?
Misschien omdat ik uit de landbouw ben voortgekomen en veel van het verleden heb meegemaakt bevreemdt me deze mentaliteit. Boeren en tuinders komen uit een wereld waarin maakbaarheid beperkt is. Eeuwenlang was landbouwbeoefening vooral overleven. Sinds de tweede wereldoorlog lijkt het steeds meer een verdienmodel te worden. Landbouw als voorbeeld van het letterlijk maakbare leven. Efficiency en specialisatie zijn geweldige verworvenheden, geen misverstand daarover. Dat is nog wat anders dan deze economische maakbaarheid optrekken naar een uiteindelijk handelen (zo zou ons leven moeten zijn). Als je van maakbaarheid een wetmatigheid maakt worden agrarische ondernemingen een soort van mini multinationals. Zichtbaar in grote omrasterde gebouwen met hoogwaardige installaties, gekwalificeerd personeel en een businessplan om de productie zo effectief mogelijk te kunnen beheersen. Alles voor een optimaal resultaat. Vooruitgang? Ja toch?! Eeuwenlang was boerenlandbouw ploeteren, armoede, een rommelig erf, misgeboortes en ziekten nooit ver weg, net als misoogsten… Het goede nieuws is ontegenzeggelijk de aanzienlijke vooruitgang. De kanttekening zit in de impliciete onderscheiding van wenselijk/niet wenselijk gekoppeld aan grote economische belangen die niet op het boerenerf worden voorgesorteerd. Alleen die boeren en tuinders overleven die zich in deze manier van modernisering thuis voelen. Die boeren en tuinders zijn er en het gaat velen goed. Maar is daarmee déze modernisering het beste wat we hebben? Is hiermee het laatste woord gezegd?
Ik schrijf bovenstaande schets vanuit gedachten die ik vormde tijdens het luisteren naar het verhaal van Jan Huijgen. En vanuit deze schets vraag ik me af: wat doen we met de boeren die worstelen? Is er tijd en ruimte voor hun worsteling, hun verhaal? In de landbouworganisaties? Bij de banken? In de gemeente waartoe ze behoren? In kerken? En wat doen we met de stoppers? Wat doen we met boeren en tuinders die slachtoffers zijn geworden van een systeem dat veel zegen bracht maar ook een hoge rekening neerlegt? Durven slachtoffers onder ogen te komen dat ze slachtoffer zijn? Wie ontvangt de zegen (vooral) en wie betaalt de rekening (vooral)? Leren de overblijvende agrarische ondernemers van stoppende collega’s? Hoe zou zo’n leerproces eruit kunnen zien? En de belangrijkste vraag die op ons aller bordje ligt: durven we los te komen van onze honger naar profit?
(Bij de foto: een van de vele in inspiratiebronnen die je op het erf van de Eemlandhoeve tegenkomt)
Jack Steeghs