
Bijna 7 jaar geleden overleed ons pap, bijna 3 ½ jaar geleden ons mam. De generatie die mij is voorgegaan is uit de tijd gevallen. ‘Nu mag ik het van hen geleerde waar gaan maken’, bedenk ik als enig kind, die vele jaren met hen leefde en werkte… Een blogserie over levenslessen van vroeger voor NU (73).
Op deze plaats schreef ik al vaak over de afhankelijkheid van boeren en tuinders (zie bijvoorbeeld: grotere afhankelijkheid vraagt inhoudelijk gesprek; een grote teleurstelling; de boerenopstand als spiegel voor Nederland; marktwerking op het boerenerf). Afhankelijkheid is in ons land tegenwoordig een groot en inhoudelijk thema geworden, in de land- en tuinbouw speelt dat al veel langer. Afhankelijkheid komt maar moeizaam in gesprek. Soms wordt afhankelijkheid ontkend, vaker met een stevige verdedigingslinie tegemoet gegaan. Is het onze trots, eigenzinnigheid, eigenwijsheid? Is het een maakbaarheidsideologie die ons allemaal in de greep heeft? Zoiets als: als we onze eigen koers maar goed op de rails hebben dan komt het met een daarop aanhakende belangenbehartiging vanzelf helemaal goed?
Ik denk bij dit soort gedachten nog vaak aan ons pap. Regelmatig had hij zijn bedenkingen bij opgelegde maatregelen van buiten het eigen erf om het eigen bedrijf meer ‘bij de tijd’ te kunnen brengen. Die maatregelen konden zowel van overheden komen als vanuit de sector. Dan kon het gaan over onderwerpen zoals: specialisatie, mestafzet- en verwerking, automatisering, milieumaatregelen, gezondheid van veestapel en boer… Pap was niet ouderwets in de betekenis van zich keren met de rug naar samenleving en toekomst, hij was wel behoedzaam in de te zetten stappen en wist van binnenuit dat maatregelen ‘van buiten’ eerst ‘van binnen’ verwerkt moeten worden. En dat verwerken vraagt tijd, kennisverwerving en afstemming. Daar komt bij dat de maatregelen die hij in zijn carrière voor de kiezen kreeg gaandeweg steeds meer consequenties in zich droegen. Het belangrijkste gevolg van die consequenties was dat hij zichzelf niet meer onder alle omstandigheden kon redden. Vanuit genoemde onderwerpen gesproken: specialisatie in één sector betekent meer risico bij prijsdaling en ziekte (pap schakelde over van een gemengd bedrijf met vele takken van land- en tuinbouw naar de varkenshouderij). Pap was nooit een grote fan van automatisering omdat je dan bij stroomuitval het groter gegroeide bedrijf helemaal handmatig moest verzorgen – of je moet een voor ons bedrijf destijds relatief duur noodaggregaat kiezen. Milieumaatregelen vragen uitleg en goede afspraken, begrip en samenwerking en dan vooral ook van en met buitenstaanders. Als overleg niet gaat lopen maakt dat de boer extra kwetsbaar. Overleg is niet eenzijdig op te leggen. Dat gevaar zag pap al vroeg. Gezondheid van veestapel en hemzelf waren in de zestiger jaren kleinschalige thema’s. Gegroeide technische mogelijkheden en economische perspectieven hebben van gezondheid een groot thema gemaakt met soms enorme economische risico’s en dat niet alleen voor de boer – denk bijvoorbeeld aan (het risico op) diverse dierziekten waar de samenleving vragen bij heeft.
In ons overvolle landje blijft ondernemen prachtig en helemaal in onze land- en tuinbouw, maar dat gaat niet zonder een zekere gunfactor. Leef je als lezer eens in hoeveel krachten tegenwoordig op een relatief klein bedrijf inwerken en waar je in je eentje maar moeilijk een overzichtelijk en inzichtelijke manier van werken en leven uit kunt halen. Laten we nooit vergeten dat wij mensen afhankelijk van elkaar zijn.
(Bij de foto: met een grotere afhankelijkheid van techniek zorgde de automatisering voor arbeidsverlichting)
Jack Steeghs