‘Nog één keer zal ik het u uitleggen…’

In de Bijbel komt het beeld van de herder en zijn schapen voortdurend terug… Overweging bij Christus Koning.

Sinds 2 ½ jaar ben ik met veel plezier pastoraal werker hier in De Twaalf Apostelen – en ik ga vandaag voor het eerst voor hier in Overasselt…
Naast mijn pastorale werk, en ons drukke gezin, werk ik graag aan netwerken op het platteland. Het platteland is mijn wereld, en dan met een bijzondere aandacht voor boeren en tuinders. Ik was ooit één van hen en heb door de loop van het leven later anderen keuzes gemaakt, maar… zonder mijn afkomst tekort te willen doen.
Zo kreeg ik onlangs van een kennis een verhalenboekje aangereikt, over het leven van een schaapherder in ons land. Ik ga u een stukje voorlezen uit dat boekje, het is geschreven voor kinderen en geeft een mooi beeld van het werk van een schaapherder in onze tijd…

Hallo, ik ben Sandra, ik ben een schaapherder op de Bergerheide in Noord-Limburg…
Schapenhoeden betekent veel voor mij. Ik kan het niet zo goed onder woorden brengen, maar wel voelen…

Schapen willen het liefst ontspannen lopen en grazen.
Dat begrijp ik best. Ik vind het zelf ook prettig om ontspannen dingen te doen.

De schapen en ik kunnen niet met elkaar communiceren met woorden.
Toch lijkt het erop dat wij iets met elkaar hebben afgesproken…

Ik laat de schapen zoveel mogelijk met rust en zij houden mij in de gaten.
Zij weten door de bewegingen die ik maak waar zij wel of niet heen kunnen gaan.
Ik loop vaak op een afstand van de schapen. Soms wel 50 meter bij hen vandaan! Toch blijven we contact houden met elkaar.

Een van de schapen heb ik met de fles grootgebracht – zijn moeder kan niet meer voor hem zorgen. Mijn kinderen hebben haar ‘stipje’ genoemd, omdat ze een stipje op haar oor heeft.

De schapen zijn mijn kameraden, net als mijn schaapherdershonden, Tinka en Luna.

Tinka doet het rustiger aan met hoeden, want zij is al 11 jaar. Luna is haar dochter – zij heeft veel van Tinka geleerd.
Ik werk met Veluwse Heideschapen, zij hebben vaak een bolle buik – maar dat wil niet zeggen dat er geen eten meer bij kan – Veluwse Heideschapen kunnen de hele dag door eten.

De manier waarop schapen grazen is speciaal: zij nemen telkens kleine hapjes van de planten. Zo ontstaat er meer ruimte – andere planten krijgen zo kans om te groeien.

Ik ben mijn schapen dankbaar – zij zorgen ervoor dat er verschillende planten in de natuur zijn. Daar is wel wat geduld voor nodig maar je krijgt er veel moois voor terug.

Tot zover deze vrouwelijke schaapherder.

In de geloofstraditie
wordt het beeld van de herder en zijn schapen
vaker gebruikt, om de verhouding God – mensen uit te drukken:

We lazen in de eerste lezing van de profeet Ezechiël
die het beeld gebruikt van God en zijn kudde,
in het evangelie gaat het over Jézus als de goede herder.

Het beeld van de herder en zijn schapen, en als gevolg daarvan: van de pastor en de gelovigen, is een beeld van bekommernis, van samen optrekken in het gewone leven zoals het zich aandient. En binnen dat gewone alledaagse, goed kijken en luisteren en je afvragen: wat heeft dit met God van doen? Als het ware een barmhartige bril opzetten en daarnaar handelen.

Barmhartigheid
is een begrip dat we buiten dit kerkgebouw niet gemakkelijk tegenkomen, het wordt weinig gebruikt. Maar het is een kernbegrip, niet voor niets in het liturgierooster vandaag op Christus Koning, en niet voor niets aan de orde voordat de Advent begint: want nog één keer zal ik U zeggen waar het in ons gedeelde geloof om gaat!

Barmhartigheid is een begrip waar ik zo een-twee-drie geen beter woord voor heb. Het drukt uit dat je je tot in je diepste innerlijke laat raken door het leven zoals het is. Letterlijk betekent barmhartigheid: geraakt tot in je baarmoeder, tot in je ingewanden.

Barmhartigheid geeft mooi aan dat het hier op Christus Koning gaat om het dragen van het leven, het meedragen van alledag, met elkaar, van de vreugdes en zorgen van alledag… en dan één regel: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan.
Barmhartigheid handelt om klein kijken én groots handelen. Omdat Jezus het ons keer op keer heeft voorgedaan.

Mattheus 25 is daarmee de meest radicale Bijbeltekst waaruit blijkt dat Godsdienst allereerst menslievendheid – en dierlievendheid – is, eventueel dus goddeloos!

En niet voor niets staan de werken van Barmhartigheid vlak voor het lijdensverhaal: daarin zien we hoe Jezus gevangen genomen wordt, van zijn kleren beroofd, hoe hij roept ‘ik heb dorst’, hoe hij als vreemdeling uitgestoten wordt. Kortom: dáár zien we hoe Hij de kleinste, de minste wordt. Een wonderlijke paradox. Letterlijk: Christus Koning. (INRI – Iezus Nazareus Rex Iudaeorum). Amen.

(Bronnen: Een dagje naar de herder – Jean Phagoe; Ezechiël 34; Mattheüs 25)

Jack Steeghs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s