Ik geloof er (niet) in…

Overweging van afgelopen maandag, tweede paasdag in Bergharen. Waar ik niet in geloof: in het aanspreken van mensen op schuldgevoelens! Alom tegenwoordig in onze tijd, vaak subtiel verpakt. Trap er niet in.

Ik geloof er niet in. Ik geloof niet in het aanspreken van mensen op hun eventuele schuldgevoel. Ik geloof niet in de werking van een leider die aan de gemeenschap verkondigt dat de mensen in de gemeenschap nu niet goed leven en dat allen zich behoren te bekeren.

Nee, zó zul je mij niet snel een overweging horen verzorgen. Ik vind het niet OK als mensen op een negatieve manier onder druk worden gezet, om nu te kiezen voor déze levensweg omdat een gezag zegt dat het zo moet. Omdat dít de enige goede weg is. Ik vindt dit niet OK omdat zo’n scherpe keuze zo uit het luchtledige niet aansluit bij menig geleefde leven.

Wat dat betreft leven wij in gemankeerde tijden, want als er tegenwoordig iets wordt teruggedrongen dan is het de aanspreekbaarheid en opbouw van gemeenschappen. Je ziet het niet alleen in kerken, alle verenigingen en andere samenlevingsverbanden worstelen met het ‘sámen’.

Het vergt veel inspanning en een goede gerichtheid om als geloofsgemeenschap te kunnen leren van geloof als richtingaanwijzer voor het leven. Een enkele kanselboodschap over het in alle glorie herstellen van het verleden is in onze tijd een ingewikkelde en langdurige aangelegenheid geworden.

Petrus spreekt zijn gehoor in de eerste lezing in ieder geval wél op schuldgevoel aan. Hij zegt: Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood.

Dat kon Petrus doen, want zijn gehoor kende Jezus min en meer uit de eerste hand. Mensen snapten zijn boodschap en waren dergelijke gezagsverhoudingen gewend. In onze tijd is zowel de boodschap van Pasen niet eenvoudig als bruikbaar in iemands leven, laat staan dat onze omringende cultuur daar begrip voor of ruimte aan geeft… Eerder gebeurt het tegenovergestelde. En wat doe je dan?

Ik geloof er niet in om mensen op hun schuldgevoel aan te spreken. Ik geloof er wél in om mensen een levend perspectief voor te houden, een hoopvolle boodschap die werkt en die de eeuwen is doorgegeven en de moeite waard gebleken, juist omdat dát aanlokkelijke perspectief groter is dan wij allemaal samen kunnen bedenken. Wie het wil zien kan er troost, bemoediging en vrede in vinden.

Als je veranderingen in geloofsgemeenschappen wil bewerkstelligen is het daarom belangrijk dat je de gemeenschap goed kent, aanvoelt en een stuur in handen geeft. Als dat niet het geval is zul je daar eerst energie in mogen steken. Doe je dat niet dan is het nagenoeg onmogelijk om de hoge idealen uit de Bijbelse geschriften actueel en leefbaar te houden. Of je vervalt steeds in een oppervlakkig verhaal van ‘goed doen’. Die kennen we inmiddels wel. En erger: wat van een oppervlakkige boodschap overblijft laat zich raden…

Na de kruisdood en opstanding van Jezus wordt de geloofsgemeenschap rondom Jezus hernomen in het evangelie dat we lazen. De gemeenschapsdraad, die bij de arrestatie van Jezus op Goede Vrijdag uiteen valt, die draad wordt hier opgepakt. De vrouwen die het mysterie hebben gezien – zien, is in de Bijbel een ander woord voor ‘tot geloof komen’ – die vrouwen proeven de overwinning op de dood, zij raken vervuld van louter Paasvreugde.

De angst waarover geschreven wordt is meer huiver voor de grootsheid van het goede dat heeft overwonnen, dan dat het echte angst is. En het graf dat verlaten blijkt – en door de vrouwen verlaten wordt – heeft hier niet de betekenis van ‘de dood’. Hier is geen sprake van het graf van een overledene, hier staat geschreven dat het graf meer een monument of een gedenksteen is geworden. Een merksteen van een mysterievolle goddelijke metamorfose – voor de mensheid die erin wil geloven, als richtingaangever op de weg die een ieder persoonlijk wil gaan.

Niets minder dan de gemeenschap van Godgelovigen wordt in het evangelie vandaag, vlak na Pasen, vólledig hersteld en opgewaardeerd. De oudtestamentische geschriften blijven behouden maar worden voortaan gezien in het licht van de weg die Jezus tot over de dood heen is gegaan. Een aardse weg om te begaan. En in de betekenis daarvan, daar geloof ik wél in en daar wil ik graag op aanspreekbaar zijn. Hier in Bergharen en omgeving. U weet me te vinden. Amen.

(Bronnen: Handelingen 2, Mattheüs 28)

Jack Steeghs

2 gedachtes over “Ik geloof er (niet) in…

  1. Sinds kort volg ik jou op facebook en dit was de binnenkomer als startnummer. Met dit soort verhalen mag je me vaker verrassen. Dankjewel!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s