Boerenpastoraat: levenslessen (60) – boer en buitenwereld

Bijna 6 jaar geleden overleed ons pap, bijna 2 ½ jaar geleden ons mam. De generatie die mij is voorgegaan is uit de tijd gevallen. ‘Nu mag ik het van hen geleerde waar gaan maken’, bedenk ik als enig kind, die vele jaren met hen leefde en werkte… Een blogserie over levenslessen van vroeger voor NU (60).

Als ik terugblik op mijn boerenwereld destijds in Neerkant dan is het aspect ´boer en buitenwereld´ meer dan vermeldingswaardig (veel later heb ik punten uit deze levenservaring ingebracht in diverse overleggen waarmee de provincie Brabant de kloof boer – burger probeerde te verkleinen).

In mijn jonge jaren liep privébezoek en bedrijfsbezoek door elkaar heen: er werden bijna nooit afspraken gemaakt, mensen kwamen gewoon en mam en pap maakten tijd. Ik zie mam nog zeggen: ‘Ge het toch tidj zat? Kom, neem nog een bekske koffie…’ In deze tijd kon je op ons erf bijna niet zien wie voor de koeien en de varkens kwam en wie voor de gezelligheid of een andere privéaangelegenheid. Erfbetreders hadden destijds vaak tijd genoeg en dat vonden pap en mam heel prettig. Ik herinner me die ene zaakvoerder die wekelijks varkens kwam uitzoeken en aan de koffie zag dat ik aan het spelen was met die van Sinterklaas gekregen boerderij. Hij ging meespelen en deed voor hoe ik op een realistische manier de hooibalen en melkbussen kon laden… Met andere woorden: deze man leefde zich helemaal in en ging van daaruit zaken doen. En denk niet dat deze vertegenwoordiger zijn echte werk niet serieus nam: net als mijn ouders had hij geen 9-tot-5-mentaliteit. Vaak was een dergelijke vertegenwoordiger een boerenzoon die niet de mogelijkheid had een eigen boerenbedrijf te bemachtigen – soms was het een opstap daarnaartoe. Hoe dan ook, met deze baan kon hij volop in het boerenleven werken. Een win-winsituatie.

Een andere groep die bij ons over de vloer kwam kende privéredenen: uiteraard gewoon de buren, collega’s of familie, maar soms ook mensen die met hun ziel onder de arm liepen en af en toe aan tafel kwamen om het hart te luchten en een bord soep mee te eten. Ik herinner me een man die een tijdje bij enkele adressen aan tafel schoof, een bekende die het thuis even niet kon uithouden. Als ik zo terugblik denk ik: er kon bij ons bijna alles en het gewone werk leed er niet onder. Met de kennis van nu terugblikkend realiseer ik me dat deze manier van leven en werken een bepaalde mentaliteit vraagt die niet iedereen beheerst…

Vanaf de jaren tachtig veranderde het beschrevene langzamerhand. Meer scheiding tussen privé en werk, bezoeken op afspraak, meer orde en zakelijkheid. Ik denk nu: professionalisering heeft in de landbouw veel zegen gebracht maar sociaal afstanden gecreëerd. Ik kan me niet voorstellen dat de conflicten die veel later op sommige plekken tussen boeren en burgers escaleerden konden gebeuren als de praktijk uit mijn kindertijd het dragende motief was geweest. Vanuit mijn pastorale praktijk zeg ik nu: uiteindelijk draait het leven op het vermogen om met elkaar waardevolle samenlevingsverbanden te kunnen zien en voor te leven. Dan zal blijken dat elke tijd zo zijn uitdagingen kent maar niemand echt verloren hoeft te lopen.

(Bij de foto: een schets van het buurtschap Heitrak uit het boek: 600 jaar onderweg naar Neerkant)

Jack Steeghs

Plaats een reactie