Roeping

Een van de vele collega’s met wie ik ooit een intervisiecyclus deelde bracht destijds mijn levensverhaal in verbinding met de roeping van Samuel (1 Samuel 3, 1 – 10). Reden voor mij om nu – jaren later – aan de hand van dit Bijbelverhaal terug te blikken.

1 Samuel 3, 1 – 10
De jonge Samuel diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd. Toen riep de HEER Samuel. ‘Ja,’ antwoordde Samuel. Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’ Toen Samuel weer lag te slapen, riep de HEER hem opnieuw. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.’Samuel had de HEER nog niet leren kennen, want de HEER had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten. Opnieuw riep de HEER Samuel, voor de derde keer. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de HEER was die de jongen riep. Hij zei tegen Samuel: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, HEER, uw dienaar luistert.”’ Samuel legde zich weer te slapen, en de HEER kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuel! Samuel!’ En Samuel antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’

Situering Bijbelverhaal
Samuel was de religieuze leider die een beslissende rol speelde in de overgangsperiode waarin het volk van God toegroeide naar een eerste koning. Samuel leefde rond het jaar 1000 voor Christus.
Als Samuel oud wordt stelt hij zijn zonen aan als rechters over Israël. Maar omdat zij niet van het kaliber van hun vader zijn smeekt het volk om een echte leider, een koning. Samuel is het daar niet mee eens omdat er uiteindelijk maar één koning kan zijn: God. Toch zou hij, na een gebedsraadpleging, alsnog aan de wens van het volk toegeven. Saul wordt de eerste koning.

Persoonlijke levensbeschouwing
Bij het hernemen van deze lezing herken ik me onmiddellijk in een ijverige, oververantwoordelijke, ongeduldige en onrustige Samuel.
De eerste fase van mijn arbeidzame leven in de kerk werd sterk bepaald door mijn eerdere leven als enige zoon en bedrijfsopvolger op het ouderlijke boerenbedrijf. Ik raakte in de pastorale praktijk verward en begreep niet altijd wat ik op de werkvloer aantrof. Laat staan dat ik snapte waar de kracht van ‘het geloof’ bij mij uiteindelijk zit, of hoe ik daar bij zou kunnen komen.

De rol van rechter Eli intrigeert me. Het tijdvak net zo. De tijd van leven van Samuel is net als onze tijd geen oogsttijd waarin roepingen zich aandienen als rijpe appels aan de boom. Want er staat in vers 3 geschreven: ‘de godslamp was bijna uitgedoofd.’
Eli is flink op leeftijd en zijn beide zonen maken er een potje van. Maar Samuel is een jongeman die werkt en leeft ‘in de gunst van de Heer en de mensen’. Eli wordt een soort van geestelijk leider voor hem. En dan lezen we van Gods drievuldige roepstem.

Omdat Samuel zijn ware roeping nog niet kan verstaan is de wijze Eli nodig. Eli begrijpt na drie keer dat het nu de Heer zelf is die Samuel roept. De oude en wijze Eli is voor Samuel kennelijk nodig om Gods roepstem te kunnen verstaan en de rust in zichzelf te vinden om te kunnen besluiten met: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’

Ook onze tijd is een tijd die rijp is voor bekering

Zal ik verstaan wanneer mijn God mij roept?
Ik laat mij telkens wakker roepen
door wie mij nodig heeft.
Dag en nacht
sta ik klaar
voor mensen die de last
niet dragen kunnen.
Daar vind ik toch mijn God?
Ik doe mijn best, mijn plicht.
Wat meer zou ik nog kunnen?

Ik kan niet niets doen.
De roep om hulp zou nog verstommen.

De nood is groot.
Ik zie en hoor het roepen overal:
mensen die niet kunnen.
En ik moet gaan en doen.
Ik ben zo moe.

Ik moet toch iets doen.
De roep om hulp mag niet verstommen.

En nu, die ene zegt mij
los te laten:
‘Vier de teugels,
leg je neer;
word stil en leeg,
wacht af.’

Moet ik dan niets doen,
de roep om hulp laten verstommen?

Mij wordt gezegd:
‘Laat tot je komen
die komen zal.
Versta het klinkerloze woord.’

Ik zal niets doen
en vertrouwen: alles wordt verstaan.

Zal ik nu verstaan
wanneer mijn God mij roept?
(Uit: 7even, aartsbisdom Utrecht september 1999)

(Bij de foto: Eli en Samuel – John Singleton Copley, 1780)

Jack Steeghs

Advertenties

Een gedachte over “Roeping

  1. Jack, wat een prachtige viering en wat een prachtige tekst over Samuel! Ik ga er anderen op attent maken. Dank je wel!! Ik ga dadelijk mediteren en na afloop haal ik altijd een aantal belangrijke -overleden- mensen naar boven die ik ervaar als steun in de rug. Vandaag zal ik knipogen naar jouw vader en hem bedanken voor zijn zoon… Hartelijke groeten,

    Toox Hartelijke groeten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s