Boerenpastoraat: levenslessen (77) – nogmaals dialect

Ruim 7 jaar geleden overleed ons pap, ruim 3 ½ jaar geleden ons mam. De generatie die mij is voorgegaan is uit de tijd gevallen. ‘Nu mag ik het van hen geleerde waar gaan maken’, bedenk ik als enig kind, die vele jaren met hen leefde en werkte… Een blogserie over levenslessen van vroeger voor NU (77).

Dialect is helemaal in tegenwoordig, zeker de meer officiële dialecten. Ik schreef daar vorige maand al over. Dat laatste geldt niet voor de taal die gesproken werd in het buurtschap ‘Heitrak’ waar ik opgroeide: een mengeling van Limburgs en Brabants, met de nodige nuances, waarbij de dorpelingen die enkele kilometers verderop richting Limburg woonden meer neigden naar het Limburgs en wij meer naar het Brabants. ‘Import’ was er toen ook. Nieuw ingekomenen voegden heel gewoon een stukje eigen cultuur en gesproken taal toe aan dat wat er al was. Import was je trouwens snel. Dat begon al als je van enkele dorpen verderop kwam. Medemensen met een andere nationaliteit kwam ik vroeger nooit tegen. Nederlands kwam op de lagere school ter sprake en dat was het dan.

Met het bijzonder zwaar geladen migratievraagstuk van tegenwoordig in mijn achterhoofd denk ik: wat een kleine verschillen koesterden we destijds op een bijzonder stukje aarde. En ook: hoe waardevol om als kind te voelen dat het goed is om onze rijkdom aan diversiteit recht te doen. Ieders cultuur is bijzonder rijk en beweeglijk, als je ervoor open kunt staat. Dat laatste kun je niet zomaar van bovenaf opleggen maar wel voorwaarden voor scheppen, net als de nodige tijd en geduld met elkaar. En soms met elkaar vaststellen dat niet elke vorm van diversiteit recht gedaan kan worden.

(Foto uit verzameling van mijn ouders: Neerkants leesplankje bij gelegenheid van 40 jaar KBO in 1996)

Jack Steeghs

Plaats een reactie